16
De man van mijn dromen…
ziet alles
Zelfs voordat Autumn haar ogen opendeed, wist ze al dat hij weg was. Natuurlijk was hij al weg. Hij had een wedstrijd in New Jersey en hij zou pas eind deze week terugkomen. Ze tastte naar de plek in het kussen waar zijn hoofd had gelegen.
En wat als ik op jou verliefd word? Het was niet de eerste keer geweest dat hij dat woord gebruikte. Hij had het eerder, in haar kantoor, ook al gebruikt. De eerste keer dacht ze dat hij het zei omdat zij met haar hand in zijn broek zat. En de tweede keer omdat hij met zijn hand haar borst omvatte. Tijdens een vrijpartij kon je een man niet vertrouwen en konden ze je van alles wijsmaken.
Autumn stond op en zwaaide haar benen over de rand van het bed. Snel trok ze een joggingbroek en een T-shirt aan, anders zou Conner haar in haar blootje in bed zien liggen.
Vijf jaar geleden, toen Sam met haar was getrouwd, was het woord ‘liefde’ niet over zijn lippen gekomen en ze was er gewoon van uitgegaan dat hij van haar hield. Maar het had haar niets dan ellende opgeleverd.
Ze wierp een blik op haar wekkerradio en liep vervolgens naar Conners kamer. Deze lag op zijn zij met zijn ledematen alle kanten op en zijn ogen open. ‘Opstaan, luiwammes.’ Conner had volgende week kerstvakantie, maar dat betekende niet dat hij zou uitslapen. En dat betekende weer dat zíj ook niet zou kunnen uitslapen.
Hij ging rechtop zitten. Hij had een nieuwe dekbedhoes, met zeilboten erop, en een nieuwe pyjama, met stoere werkmannen erop. Ze vroeg zich af hoelang hij deze nog leuk zou vinden. ‘Ga je hartenpannenkoekjes bakken?’ vroeg hij.
‘Ja hoor,’ glimlachte ze. Hij was gelukkig nog steeds haar eigen kleine jongen. Tenminste, voor zolang als het duurde. ‘Natuurlijk.’
De vijf daaropvolgende dagen verviel Autumn in haar oude, vertrouwde routines. Alleen voelde het niet zo normaal als anders. Zonder Sam. En ze vond het vreemd dat ze zo snel aan hem gewend was geraakt. Overdag probeerde ze niet aan hem te denken, maar ’s avonds, als hij belde, dan lukte het haar amper de warme gevoelens in haar hart en lijf die hij bij haar opriep te negeren. Zodra ze zijn stem hoorde, lichtte haar gezicht al op, al probeerde ze nog zo hard de glimlach van haar gezicht te poetsen.
Vrijdagavond kwam hij weer thuis. Bij haar thuis, welteverstaan, alsof ze een gezin waren. ‘Hoe was je dag vandaag, schat?’ vroeg hij, terwijl hij bij haar in bed stapte. Ze vertelde hem over de zusjes Ross en hun laatste wensen voor hun bruiloft in juli. En ze vertelde over Chelseas aanstaande borstverkleiningsoperatie.
‘Aha, daarom neemt Mark een paar weken vrij.’ Hij tilde haar hand op en bestudeerde haar vingers. ‘Al begrijp ik niet waarom ze zoiets zou doen.’
‘Omdat ze er last van heeft, rugpijn en zo.’
‘Zo heb ik er nog nooit over nagedacht.’ Hij keek haar aan, met een ernstige blik in zijn blauwe ogen. ‘Jij zou zoiets toch nooit doen?’
Maar zij had geen dubbel D, dus hoefde ze daar ook nooit over na te denken. ‘Nee.’
‘Gelukkig. Ik vind je mooi zoals je bent.’ Als hij dat soort lieve dingen zei, vergat ze bijna dat hij een verwende sportman was die de meeste tijd doorbracht in kleedkamers.
‘Ik heb een heel gekke kleine teen,’ biechtte ze op.
‘Dat geeft niets, schatje. Jouw tieten maken alles goed. Jouw tieten zijn perfect. En dat zeg ik niet omdat ik een viespeuk ben, maar gewoon omdat ik er oog voor heb.’
Ze moest hard lachen, vooral omdat hij het serieus meende.
Twee avonden later ging ze samen met Conner naar de wedstrijd tegen de Carolina Hurricanes. Ze droegen allebei een Chinooks-shirt en kochten hotdogs en blikjes cola en probeerden niet in elkaar te krimpen als Sam een beuk kreeg of iemand anders in de mangel nam. Hij schaatste volop, passte regelmatig de puck of sloeg hem zo keihard dat Autumn het zwarte rubberen schijfje af en toe gewoon kwijt was. Het viel haar op dat hij veel praatte op het ijs en ze wist niet zeker of ze wilde weten wat hij allemaal zei. Vooral niet toen hij daarna vier minuten op het strafbankje doorbracht.
‘Die speler…’ Conner wees op een speler van de tegenpartij, ‘zit de hele tijd in papa’s zone. Dat vindt hij vast niet goed.’
Autumn had werkelijk geen idee waar haar zoon het over had, totdat Sam deze speler zo hard in de boarding drukte dat het plexiglas ervan heen en weer ging. Autumns adem stokte in haar keel toen hij de puck te pakken kreeg en hem over het ijs zwiepte. Hij keek op, het zweet droop van zijn neus. Een tel lang keek hij recht in haar ogen en op zijn gezicht verscheen een brede grijns.
Ineens wist ze hoe de speler van Carolina zich voelde. Net als hij werd ook zij door Sam aan alle kanten opgejaagd. Net als hij werd ook zij tegen de boarding gedrukt, al vond zij het fijn en wilde ze meer.
De paniek sloeg haar ineens om het hart. Ze moest eruit stappen nu het nog kon. Ze vertrouwde Sam niet, en ze vertrouwde zichzelf niet. Het ging haar veel te snel, net als zes jaar geleden. En dit keer zou ze als het voorbij was niet de enige zijn die eronder zou lijden.
En toch leek het, toen hij die avond bij haar thuis kwam, alsof hij erbij hoorde. Hij zei welterusten tegen Conner en liep naar de keuken. ‘Heb je doperwten in de vriezer?’ vroeg hij, terwijl hij de deur opendeed. Hij droeg een zwarte joggingbroek, een blauwe Chinooks-trui, en had een rode veeg over zijn wang.
‘Alleen gemengde groenten.’
‘Dat is ook goed.’ Hij haalde de zak tevoorschijn en schoof deze onder de band van zijn broek. ‘Ze hebben net een nieuwe jongen uit Rusland gehaald.’
Ze glimlachte. Het was prettig dat hij dat soort dingen over zijn dag vertelde en vroeg hoe haar dag was geweest.
‘Maar hij is nog jong, hoor,’ ging Sam verder. ‘Hij lijkt mij nogal onverantwoordelijk, egoïstisch en roekeloos.’
Dat klonk haar in de oren als een typische ijshockeyer en ze keek hem vragend aan.
Hij grinnikte. ‘Ik ben tegenwoordig niet meer zo roekeloos.’
‘Nou, één van de drie, dat is dan een…’ ze zocht naar het juiste woord ‘… aardige score.’
Hij grijnsde schuldbewust. ‘Met de andere twee eigenschappen ben ik nog bezig.’
Ze leunde met haar bilpartij tegen het aanrecht en vouwde haar armen over elkaar. ‘Dan moet je iets harder je best doen.’
‘Ik doe al heel hard mijn best. Ik dacht dat je dat wel had gezien.’
‘Een beetje.’
‘Misschien moet je eens je waardering laten blijken.’ Hij pakte haar handen vast en sloeg haar armen om zijn middel. ‘Ik weet wel een toepasselijk blijk van waardering.’
En zij ook. Die nacht gaf ze hem heel wat blijken van waardering, maar de volgende ochtend was hij verdwenen. Ze hadden besloten dat het beter zou zijn als Sam er niet zou zijn als Conner wakker werd. Hij vond het geen probleem als Conner zijn beide ouders vaker samen zou zien, maar hij had kennelijk geen oog voor de toekomst. Voor de dag waarop hij er natuurlijk niet meer zo vaak zou zijn. Maar Autumn des te meer. Ze dacht voortdurend aan die onvermijdelijke dag waarop hij haar in de steek zou laten.
‘Ik heb een tekening gemaakt,’ vertelde Conner haar die ochtend aan de ontbijttafel. Terwijl zij bezig was met zijn ontbijt holde hij weg om de tekening te halen. Hij had inmiddels kerstvakantie. Ze had die middag een evenement georganiseerd voor een plaatselijke liefdadigheidsinstelling en normaal gesproken zou ze Conner dan naar de bso brengen, maar Sam wilde nog wat met hem doen voordat hij die avond naar Chicago zou vertrekken. Ze verwachtte hem tegen elven, na zijn ochtendtraining.
Conner kwam weer aanhollen en legde zijn tekening op de tafel. ‘Kijk eens, mam.’
Autumn schonk zichzelf eerst een kop koffie in en ging naast Conner zitten. Op het papier dat naast zijn bakje cornflakes lag, had hij een tekening gemaakt van haarzelf en Sam en hijzelf ertussenin. Alle figuurtjes hielden elkaars hand vast en hadden een enorme glimlach op hun gezicht. Voor het eerst had hij hen drieën als een gezin getekend. ‘Dit ben jij en dat is papa en dat ben ik.’
Ze nam net een slok koffie, maar haar maag kromp ineen.
Ze slikte met moeite haar koffie door. ‘Een mooie tekening, hoor. Wat een leuke roze rok heb ik aan. Maar je weet toch dat je vader alleen af en toe langskomt om jou te zien? Toch? Hij woont hier niet.’
‘Maar als-ie dat wil, kan het wel.’
‘Hij heeft toch een eigen appartement?’
‘Maar hij kan toch ook hier wonen? De papa van Josh F. heeft ook twee huizen.’
‘Maar Conner, niet alle vaders wonen in hetzelfde huis als hun kinderen. Niet alle families zijn zoals die van Josh. Sommige kinderen hebben twee papa’s,’ zei ze vlug, om het gesprek een andere wending te geven. ‘Of juist twee mama’s.’
Conner schepte wat cornflakes in zijn mond. ‘Maar papa kan hier toch gewoon komen wonen als hij dat wil, mam. Hij heeft een grote truck, hoor.’ Alsof het gewoon een kwestie was van zijn truck inpakken en wegwezen. ‘En dan kunnen jullie een broertje voor me maken.’
Ze verslikte zich bijna. ‘Wat? Wil je een broertje dan?’
Conner knikte. ‘Josh F. heeft er ook een. Dus moet papa hier komen wonen om een broertje te maken.’
‘Ik zou er niet op gaan zitten wachten, Conner.’ Ineens wilde hij zijn beide ouders bij elkaar én nog een broertje op de koop toe?
‘Alsjeblieft, mama?’
‘Niet met je mond vol praten,’ zei ze automatisch. Ze voelde zich ineens niet goed. Eén ding was zeker: Conner kreeg geen broertje.
Ze schoof haar koffie opzij, ze had nu echt last van haar maag. Er was een tijd geweest dat ze hetzelfde wenste als Conner. In Las Vegas natuurlijk, maar ook op de dag dat ze de scheidingspapieren had ondertekend. En die avond dat ze ontdekte dat ze zwanger was, evenals de ochtend waarop ze hun zoon gebaard had. Toen hield ze nog van Sam. Het had heel lang geduurd voordat ze daaroverheen was geraakt, maar ergens was ze weer helemaal opnieuw verliefd op hem geworden. Alleen was het dit keer nog erger. Dit keer was het een diepere, gemakkelijke liefde. Alsof ze vrienden waren én minnaars. Nu kende ze hem tenminste; dat maakte het nog erger dan de eerste keer. De eerste keer was ze verliefd geworden op een knappe, leuke vreemdeling. Dit keer was ze gevallen voor een knappe, leuke man. Een echte man.
Ze stond op en liep naar de slaapkamer. Even later stond ze onder de douche alsof het een dag als alle andere was. Alsof haar gedachten niet door haar hoofd tolden en haar hart geen overuren maakte. Ze kleedde zich in een zwarte wollen broek en een kasjmier truitje, bezet met pareltjes. Haar handen beefden toen ze haar haren naar achteren kamde en vastzette in een paardenstaart.
Ze hield van hem en in haar hart gloorde een heel klein sprankje hoop dat hij misschien ook van haar hield. Daar had hij twee keer een grapje over gemaakt, maar daar was het bij gebleven. Een grapje. Net als toen.
Alleen was ze dit keer geen bange vijfentwintigjarige. Dit keer wist ze hoe het zou aflopen.
Het geluid van Conners favoriete film tetterde Sam tegemoet toen deze naar Autumns kantoor in het souterrain liep. Hij wilde met haar over Kerstmis spreken en hoe ze deze feestdag dit jaar samen zouden vieren.
Hij bleef enige tijd in de deuropening staan kijken naar haar profiel. Haar rode paardenstaart zwaaide over een schouder en langs haar blanke hals toen ze haar hoofd omdraaide om een map in haar tas te doen. Ineens moest hij wat wegslikken. Hij wist zich nog te herinneren dat er een tijd was dat hij haar helemaal niet zo mooi vond. Omdat hij niet eens aan haar durfde te denken. Hij had zelfs opzettelijk vrouwen uitgekozen die precies het tegenovergestelde van Autumn waren, zodat hij niet aan haar herinnerd zou worden en aan de reden dat hij in Vegas voor haar gevallen was. Hij was zeker vijftig kilo zwaarder dan zij, maar zij kon hem met gemak aan.
‘Hoe laat ben je weer thuis?’ vroeg hij.
Ze keek op, maar wendde haar blik direct weer af. ‘Laat. Jullie kunnen waarschijnlijk beter naar jouw huis gaan.’
Er was iets niet in orde. Er was iets veranderd. Hij kon het merken aan haar stilte. ‘Ik ben wel een week weg,’ bracht hij haar in herinnering.
Ze draaide zich om en pakte een pen van het bureau. ‘Conner zal het fijn vinden als je ’s avonds belt.’
Hij schraapte zijn keel om de brok in zijn keel te verwijderen. ‘Zul jij het ook fijn vinden als ik bel?’
Ze trok een la open, maar antwoordde hem niet.
Hij liep het kantoor binnen en raakte haar aan. ‘Wat is er aan de hand, Autumn?’
Ze keek hem aan en toen zag hij het. In haar groene ogen. De blik die hij gehoopt had nooit meer te zien. Pijn en onzekerheid en onwil. Net als de eerste keer dat ze Conner in zijn armen had gelegd. ‘Conner is in de war,’ legde ze uit en ze deed een stap achteruit, alsof ze meer ruimte wilde creëren tussen haarzelf en hem. ‘Ik denk dat het beter is als we elkaar niet meer zo vaak zien.’
Dit had weinig te maken met Conner. Hij voelde de frustratie fysiek opborrelen en wilde haar door elkaar schudden. Daarom liet hij haar los en liet zijn hand vallen. ‘Je kunt niet de ene keer “ja” zeggen en de volgende keer “nee”. Je kunt me niet de ene keer vasthouden en de volgende keer laten vallen.’ Hij deed ook een stap achteruit. Om zichzelf te beschermen tegen de pijn die hem overrompelde. ‘Je hoeft niet naar me te kijken alsof ik elk moment je hart kan breken.’
‘En jij kunt van mij niet verwachten dat ik dat niet doe.’
Er was iets veranderd in de periode tussen de tijd dat hij vannacht was weggegaan en dit moment. Wat het was, was niet van belang. ‘Ik zal je nooit meer pijn doen, Autumn. Dat beloof ik je.’
‘Zo’n belofte kun je niet maken.’
Hij stak zijn hand uit. ‘Liefje, je moet me vertrouwen.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Ik weet niet of ik dat kan.’
‘Dit is nog vanwege Las Vegas.’ Hij liet zijn hand vallen. ‘Na al die jaren.’
‘Maar het is gebeurd, Sam.’
‘Dat klopt. Het is gebeurd, maar we waren toen totaal verschillende mensen.’ Hij wees op zichzelf. ‘Ik was een heel ander mens. Ik vraag je ook niet te vergeten wat er toen is gebeurd. Dat kunnen we volgens mij allebei niet. Maar als je er geen punt achter kunt zetten, hoe kunnen we dan ooit verder met ons leven?’ Hoe konden ze dan ooit samenleven? En dat was wat hij het liefste zou willen. Nog liever dan de Stanley Cup winnen, wilde hij bij zijn gezin zijn.
Ze schudde haar hoofd en de pijn in haar ogen maakte hem tegelijkertijd kwaad en verdrietig. ‘Ik weet het niet.’ Ze pakte haar tas op en liep naar de deur. ‘Ik moet gaan.’
Sam keek machteloos toe terwijl Autumn de deur uit stapte en het was een van de moeilijkste dingen die hij ooit had moeten doen. Boven de film uit waar Conner naar keek, klonk het geluid van de garagedeur die achter haar dichtsloeg. Hij hield van haar. Hij wilde zijn leven met haar delen, maar hij wist niet of dit ooit zou gaan gebeuren en hij wist al helemaal niet hoe hij het voor elkaar moest krijgen.
Hij liep de trap op, langs Conner die op de bank lag met de afstandsbediening in zijn hand. ‘Kun je die tv wat zachter zetten?’ vroeg hij terwijl hij naar de keuken liep.
Het geluid werd al zachter toen hij de deur van de koelkast opendeed. ‘Dank je.’ Zijn hele leven had hij geknokt voor alles. Hij knokte hard voor alles en won meestal. Hij was in dat opzicht een vasthouder, maar hij was er niet zeker van of hij van Autumn kon winnen. Ze was behoorlijk vasthoudend, zo koppig als wat, en hij wist niet of hij genoeg vechtlust in zich had om haar van gedachten te doen veranderen.
Hij pakte een fles water en draaide de dop eraf. De telefoon die aan de muur hing ging over en uiteindelijk nam het antwoordapparaat het over. Misschien moest hij inderdaad gewoon vertrekken. Hij wilde zijn toekomst met haar delen, maar misschien was ze te getraumatiseerd om daar ooit overheen te komen. Misschien moest hij gewoon snel wegwezen. Anders ging hij er nog aan onderdoor.
De telefoon rinkelde weer. Hij was kwaad. Als hij niet zoveel zelfbeheersing had zou hij nu graag iemand in elkaar slaan. En als hij niet net was hersteld van een blessure had hij nu met liefde met zijn kop tegen de muur geramd. De telefoon bleef maar overgaan, bleef hinderlijk rinkelen op de achtergrond. Als het niet snel ophield zou hij zijn zelfbeheersing inderdaad verliezen. Hij liep naar het toestel toe. Hij keek op de display wie het kon zijn. Normaal gesproken zou hij de hoorn hebben opgenomen en hem er weer op hebben gesmeten, maar nu nam hij op.
‘Hallo?’
‘U hebt een collect call,’ klonk een stem op een bandje, ‘van… Vince… gedetineerde van de Clark County-gevangenis. Wilt u de kosten voor het gesprek betalen?’